Rol van zink in antivirale bescherming

Rol van zink in antivirale bescherming

Zink is, na ijzer, het oligo-element dat het meest overvloedig aanwezig is in ons lichaam (2 tot 4 g). 98% bevindt zich in onze cellen, en amper 1% in het plasma.

Zink, een essentieel oligo-element voor talrijke fysiologische functies

Zink komt tussenbeide in de activiteit van meer dan 300 metalloproteïnen en metallo-enzymen, waar het als metaal-cofactor fungeert. Wat betekent dat deze specifieke eiwitten en enzymen slechts functioneel zijn als zink een structurele of regelende rol uitoefent.

Zink is aldus noodzakelijk voor talrijke biologische reacties (immuniteit, groei, insulinesynthese, enz.). Het vervult een belangrijke rol in het lichaam ter hoogte van alle belangrijke fysiologische mechanismen en metabolismen.

Zink en immuniteit

De EFSA1 heeft een oorzakelijk verband vastgesteld en erkend tussen zinkinname via de voeding en normale werking van het immuunsysteem. Zink speelt immers een doorslaggevende rol in de natuurlijke weerstand van het lichaam, van het behoud van de huidbarrière tot de activiteit van de immuniteitscellen.

Zink komt tussenbeide in de werking van thymuline, een hormoon dat de ontwikkeling van de T-lymfocyten in de thymus stimuleert evenals hun rijping. Deze cellen zijn hoofdrolspelers in de immuunreactie, aangezien ze de vreemde lichamen, pathogene kiemen en cellen besmet door virussen herkennen en bestrijden.

Daarnaast hebben wetenschappelijke studies verschillende mechanismen aangetoond via dewelke zink met de virusreplicatiecyclus2 interfereert. Tijdens het replicatieverschijnsel zal het virus dat een cel heeft besmet zich vermenigvuldigen en nieuwe virussen aanmaken, en zo de infectie naar andere cellen verspreiden.

De rol van zink in de antivirale respons kan in twee mechanismen worden samengevat:

  • Verbetering van de immuunreactie (activatie van de T-lymfocyten)
  • Remming van de virusreplicatie en van de vermenigvuldiging van het virus in het lichaam

FOCUS OP ANTIVIRAAL POTENTIEEL VAN ZINK IN VERSCHILLENDE STUDIES…

Heel wat studies hebben het effect van zinksupplementen op verschillende virale infecties bestudeerd. Zinksupplementen zouden immers voordelen bieden in de immuunreactie op een brede waaier van virussen. De meest bekende effecten werden vastgesteld op rhinovirussen verantwoordelijk voor verkoudheden en luchtwegaandoeningen2.

Zo stelt een in vitro  3 -studie vast dat een toename van de intracellulaire zinkconcentratie de replicatie van RNA-virussen doeltreffend beperkt, zoals het griepvirus, het poliovirus en bepaalde coronavirussen.

Behoeften aan zink en risico van tekort

In de algemene bevolking varieert de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid tussen 8 mg voor vrouwen en 11 mg voor mannen. Aan zwangere vrouwen wordt 11 mg per dag aanbevolen. Het is niettemin aan te raden om de dosis van 15 mg zink per dag niet te overschrijden, alle bronnen samen (7 mg voor kinderen van 10 tot 18 jaar, 3 mg voor kinderen jonger dan 10 jaar).

Ernstig tekort is weliswaar zeldzaam, maar licht tot matig tekort komt frequent voor, tot bij een derde van de wereldbevolking4. Aangezien ons lichaam geen aanzienlijke zinkreserve heeft, is regelmatige aanvoer via de voeding dus belangrijk.

Een heel frequent teken bij aanzienlijk zinktekort is verlies van smaak en geur5.  Zink komt immers tussenbeide in de synthese van gustine, een onmisbaar eiwit voor de smaakgewaarwording in de smaakpapillen.

Huidproblemen, moeilijke wondgenezing, haaruitval, voortplantingsstoornissen en verhoogde gevoeligheid voor infecties treden ook op.

GEVOELIGE BEVOLKINGSGROEPEN VOOR ZINKTEKORT

Sommige mensen lopen een bijzonder hoog risico op zinktekort:

  • Ouderen: zo werd aangetoond dat 50% van de geïnstitutionaliseerde ouderen een zinktekort vertonen6.
  • Diabetespatiënten: zinktekort komt frequenter voor bij type 2-diabetespatiënten7.
  • Zwangere vrouwen: door de verhoogde behoeften zijn zwangere vrouwen eveneens gevoeliger voor zinktekort.

Zink en voeding

Zink bevindt zich in talrijke voedingsmiddelen, zoals vis en rood vlees. Vegandiëten bevatten overigens heel vaak te weinig zink.

Voor een goede opname is het aanbevolen de combinatie met te veel granen of peulvruchten rijk aan fytaten te vermijden. Daarnaast eet men best ook niet te veel producten uit blik omdat conserveermiddelen mineralen binden.

Fytaten zijn bestanddelen aanwezig in plantaardig voedsel (maïs, rijst, granen, peulvruchten) die zich aan bepaalde metalen binden, waaronder zink, en zo hun goede opname door de darm verhinderen.

Het woord aan C. LAGARDE, doctor in de farmacie, medish bioloog en oprichter van de firma Nutergia

"Ik volg sinds meer dan 25 jaar patiënten en heb de voordelen van zink duidelijk kunnen vaststellen. Vandaag ben ik ervan overtuigd dat zink een belangrijke beschermende rol vervult en ons weerstandsvermogen tegen virussen een boost geeft door de dubbele werking op de zowel aangeboren als verworven immuniteit.

Zink bevindt zich weliswaar in veel voedingsmiddelen, maar wordt niet altijd goed opgenomen, naargelang van het individuele voedingspatroon. Stress verzwakt bovendien het effect van zink en bevordert de eliminatie ervan. Daarom kunnen we supplementen nodig hebben.

Ik beveel 10 mg per dag aan, en dit elke dag omdat ons lichaam geen zink opslaat. 10 mg stemt overeen met 100% van de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid (ADH)."