Winter, luchtwegaandoeningen en immuniteit

Winter, luchtwegaandoeningen en immuniteit

De herfst: wisseling van seizoen, de dagen worden korter. De winter met zijn koude en vochtige dagen staat voor de deur… Ons lichaam is verzwakt en virussen grijpen dit moment aan om ons te bestoken!

Tussen oktober en maart zijn de typisch winterse luchtwegaandoeningen, zoals verkoudheden, griep, hoest, bronchitis, de voornaamste reden om een huisarts te raadplegen. Sommigen ontsnappen eraan. Anderen daarentegen vallen er herhaaldelijk aan ten prooi. Microben zijn dus niet de enige schuldigen. Die personen moeten dan ook hun weerstand versterken.

De luchtwegen, open poort voor de microben

De meeste luchtwegaandoeningen worden veroorzaakt door virussen. Die zijn gevoelig voor warmte en door de dalende temperaturen tijdens de winter kunnen ze zich dan ook snel ontwikkelen. Daarom ook zal ons lichaam zich bij een virale infectie verdedigen door de lichaamstemperatuur boven 37,5°C te verhogen om het virus uit te roeien. Zo ontstaat koorts.
Maar hoe dringt het virus ons lichaam binnen?
De overdracht van de seizoenvirussen tijdens de winter gebeurt vooral via de luchtwegen: bij het hoesten en niezen komen druppeltjes die virussen bevatten in de omgevende lucht terecht. De virussen dringen zo in de luchtwegen binnen, besmetten er cellen en vermenigvuldigen zich snel, vooral bij een verzwakte immunitaire weerstand.
Na enkele dagen "broeden" duiken de eerste tekenen op: neusloop, hoest, pijn en gekriebel, vermoeidheid, stijfheid… De infectie zelf duurt gemiddeld een week, maar pas enkele dagen later zijn we volledig hersteld.

Tijdens de winter zijn rhinovirussen en griep van de partij

Rhinovirussen en het influenza- of griepvirus zijn erg besmettelijk en verantwoordelijk voor de veel voorkomende luchtwegepidemieën tijdens de wintermaanden.

Er bestaan meer dan honderd rhinovirussen, die de oorzaak zijn van de meeste bovenste luchtwegaandoeningen, onder meer verkoudheden. Zij zijn ook één van de hoofdschuldigen van de bronchiale aandoeningen (ter hoogte van de vertakkingen van de luchtpijp of bronchiën), zoals bronchitis, bronchiolitis bij kinderen, longontsteking of pneumonie.

Het of eerder de griepvirussen zijn agressiever. We onderscheiden de jaarlijkse seizoensgebonden griepepidemie, veroorzaakt door bekende virussen, en de pandemische griep, die verschillende keren per eeuw voorkomt, bij het opduiken van nieuwe uiterst besmettelijke virusstammen. Dit is het geval voor de A-griep, H1N1 genoemd. De griep velt elk jaar gemiddeld 500.000 mensen in België* en is verantwoordelijk voor honderdduizenden doden wereldwijd. De ergste gevallen doen zich vooral voor bij risicogroepen, meer bepaald ouderen en jonge kinderen.

Gelukkig kunnen onze luchtwegen zich beschermen!

*Gegevens WIV-ISP (Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid), opgetekend door het netwerk van peilartsen en peilziekenhuizen

Hechte band tussen slijmvliezen en immuunsysteem

De natuurlijke verdediging van de luchtwegen:

Onze luchtwegen worden voortdurend blootgesteld aan de ingeademde deeltjes en hebben dan ook doeltreffende verdedigingsmechanismen nodig om de massale aanval of invasie van microben te bestrijden.

De lucht die we inademen wordt verschillende keren gezuiverd, met als eerste grove filter de neushaartjes. Vervolgens filtreren haartjes op de cellen in het luchtwegslijmvlies de onzuiverheden, die dan door de hoestbeweging uit het lichaam worden verwijderd.

Daarnaast scheiden de cellen van het ademhalingsstelsel slijm af. Dit vocht bedekt de haartjes en helpt de contaminanten vangen en via hoesten verwijderen. Slijm bevat overigens antimicrobiële bestanddelen en antistoffen die door de B-lymfocyten van het luchtwegslijmvlies worden vrijgesteld.

In de luchtwegen, net als in de darm, vinden we heel wat immuuncellen, die zich opeenhopen, vooral ter hoogte van de bronchiën.

In de bovenste luchtwegen treffen we meer in het bijzonder T-lymfocyten aan. Zij maken stoffen aan (cytokines) die deelnemen aan de algemene activering van het immuunsysteem. Sommige kunnen ook de pathogene (ziekmakende) kiem meteen uitschakelen.

Heel wat cellen vullen deze immuniteit in de longblaasjes (alveolen) aan. Zij helpen de pathogene kiem herkennen en/of uitschakelen.

Ook de luchtwegen zijn bewoond door een microbiota!

Wij weten dat de darmmicrobiota, vroeger darmflora genoemd, een sleutelrol speelt in de immuunreactie ter hoogte van de darm (meer weten). Welnu, verschillende recente studies hebben het bestaan van een microbiota in de luchtwegen aangetoond, die tot dan bij een gezonde mens als een steriele plaats werden beschouwd.

Nog verrassender blijkt de darmmicrobiota de algemene immuunreactie van ons lichaam te regelen, maar ook die van onze longen!

Zo kan de aantasting van de darmmicrobiota de longimmuniteit verstoren en het optreden van luchtwegaandoeningen bevorderen.

Dialoog tussen longen en darm

Er bestaan verschillende hypotheses over het bestaan van «communicatie» tussen de microbiota van de darm en van de longen. Deze dialoog zou plaatsvinden via de secretie van microbiële stoffen die in de bloedsomloop terechtkomen.

Bovendien kunnen microben zich wellicht verplaatsen tussen de microbiota van de darm en van de longen. Verschillende studies hebben immers aangetoond dat micro-organismen aanwezig in de neusholte kort erna in het maag-darmkanaal terug te vinden zijn.

Daarnaast regelt de darmmicrobiota de immuniteit van de darm, maar ook, op afstand, die van de luchtwegen. De immuuncellen kunnen zich van de darm naar de luchtwegen verplaatsen, waar zij de plaatselijke longimmuniteit activeren.

Winterziekten en antibiotica

In Frankrijk wordt 72% van de antibiotica voor luchtwegaandoeningen voorgeschreven, vooral winterziekten.

Dit antibioticagebruik is vaak niet nodig want de meeste winterziekten worden veroorzaakt door virussen, terwijl antibiotica alleen doeltreffend zijn tegen bacteriën.

Een daling van het antibioticagebruik zou de ongewenste effecten verminderen, onder meer verstoring van de gastro-intestinale microbiota, diarree en dikkedarmontsteking, en het opduiken van resistentie tegen antibiotica beperken, een belangrijk probleem voor de volksgezondheid.

Tips om uw immuunsysteem te versterken

Vitamine C
Vitamine C, een krachtig antioxidans, helpt antistoffen aanmaken en zorgt voor een goede weerstand tegen vooral virale infecties. Bovendien bevordert ze de lichamelijke tonus en vitaliteit, en helpt ze wintermoeheid bestrijden.

In fruit en groenten van het seizoen: spruitjes, boerenkool, citroen, kiwi, sinaasappel, pompelmoes, lychee.


Vitamine D
Vitamine D stimuleert de immunitaire verdediging tegen verschillende infecties (griep, bronchitis, verkoudheid). In aanwezigheid van een infectiekiem lokt ze via de immuuncellen de aanmaak uit van een antimicrobiële peptide, cathelicidine.

In vette vis, levertraan, ei en orgaanvlees.


Fytotherapie
Sommige planten hebben een erkend gunstig effect op de immuniteit, ofwel preventief ofwel samen met de traditionele behandelingen. Sommige stimuleren de natuurlijke weerstand, andere werken rechtstreeks op de ziekmakende kiemen.

Echinacea, pompelmoes, weegbree, rozemarijn, duizendblad.


Etherische oliën
De inademing van etherische oliën (concentraten van werkzame bestanddelen) is een goede manier om de omgevende lucht van de vluchtige pathogene kiemen te zuiveren, de luchtwegen vrij te maken en de longimmuniteit te stimuleren.

Etherische oliën van theeboom, pepermunt, eucalyptus, saro.


Probiotica
Probiotica helpen de lichaamsbarrières versterken. Zoals eerder vermeld, hebben ze een gunstig effect in de preventie en op de klachten van luchtweginfecties. Bovendien zorgt een gezonde darmmicrobiota voor een goede regeling van de longimmuniteit.

In gefermenteerde producten (kefir, zuurkool), yoghurt.